Yorkshireterriër

Yorkshireterriër

De Yorkshireterriër is het duidelijkste bewijs dat formaat niets te maken heeft met persoonlijkheid. Met slechts 3 kg draagt deze kleine terriër het volledige karakter van zijn jachtvoorouders met zich mee: moedig, nieuwsgierig, vastberaden en met een energie die ruimschoots bovenligt bij wat zijn lichaam doet vermoeden. Het is een ideale metgezel voor het stadsleven, aanhankelijk naar zijn gezin en altijd alert op wat er om hem heen gebeurt. Let wel, hij heeft opvoeding, grenzen en stimulatie nodig: hij is geen decoratiehond.

Kenmerken

Schofthoogte
Reu: Tussen 18 en 23 cm bij de schoft.
Teef: Tussen 18 en 23 cm op de schoft.
Gewicht
Reu: Tussen 2 en 3,2 kg.
Teef: Tussen 2 en 3,2 kg.
Levensverwachting
Tussen 13 en 16 jaar.
Vacht
Lang, fijn en zijdeachtig, zonder ondervacht, vergelijkbaar met menselijk haar.
Kleur
Staalblauw en vuurkleurig bij volwassenen; zwart en vuurkleurig bij pups.
Voeding
Hoogwaardig dieet, aangepast aan een snelle stofwisseling en een klein formaat.
Verzorging en ziekten
Veelvuldig borstelen, regelmatige tandverzorging en periodieke dierenartscontroles.

Oorsprong

De oorsprong van de Yorkshireterriër ligt in het noorden van Engeland, in het graafschap dat het ras zijn naam geeft, tijdens de tweede helft van de 19e eeuw. Hij werd ontwikkeld door arbeiders in de textielindustrie — velen van hen Schotse emigranten — die op zoek waren naar een kleine, wendbare en moedige hond die ratten kon vangen in de mijnen en fabrieken. Om hem te verkrijgen kruisten ze verschillende Schotse terrierrassen met de lokale Waterside Terrier, waardoor een compact dier met een onvermoeibaar karakter ontstond.

In de loop der tijd won de Yorkshireterriër aan populariteit bij de meer welgestelde klassen van het Victoriaanse tijdperk, die zijn lange, zijdeachtige vacht net zozeer waardeerden als zijn persoonlijkheid. Hij ging van werkhond over naar een van de favorieten van de Londense salons en later van huishoudens over de hele wereld. Tegenwoordig is het een van de meest talrijke rassen wereldwijd, vooral in stedelijke omgevingen.

Eigenschappen en aanleg

De Yorkshireterriër is een hond van zeer klein formaat maar met een stevige en goed uitgebalanceerde bouw. Zijn meest opvallende kenmerk is de vacht: lang, fijn, glad en glanzend, staalblauw van kleur op de rug en vuurkleurig op de kop en de ledematen. Deze vacht, met een textuur vergelijkbaar met menselijk haar, verhaart praktisch niet, waardoor hij een geschikte keuze is voor mensen met een gevoeligheid voor dierenhaar. Zijn ogen zijn donker en zeer expressief, en zijn in V-stand gedragen oren geven hem een altijd alerte uitstraling.

Zijn temperament is levendig, liefdevol naar zijn gezin en wantrouwend tegenover vreemden. Hij heeft een sterk ontwikkeld waakinstinct en aarzelt niet te blaffen als hij iets ongewoons waarneemt, wat hem tot een uitstekende waakhond maakt. Tegenover de mensen in zijn omgeving is hij aanhankelijk en zeer gehecht, hoewel hij een zeer sterke band met één specifieke persoon kan ontwikkelen. Opvoeding vanaf pup is essentieel om te voorkomen dat dat terriërkarakter leidt tot dominante gedragingen of overmatig blaffen.

Het is een ras dat actiever is dan zijn formaat doet vermoeden: hij heeft dagelijkse wandelingen, mentale stimulatie en speelmomenten nodig om in balans te blijven. Zonder die energetische uitlaat kan hij onrustig of destructief worden. Hij houdt van ontdekken en heeft een zeer ontwikkeld reukvermogen, geërfd van zijn jagende voorouders.

Verzorging

De lange vacht van de Yorkshireterriër vereist constant onderhoud. Als hij lang wordt gedragen, moet hij dagelijks worden geborsteld om klitten te voorkomen en de glans te behouden. Veel eigenaren kiezen voor een korte vacht, wat het onderhoud enorm vergemakkelijkt zonder de essentie van het ras te verliezen. Bezoeken aan de trimsalon elke 6-8 weken zijn gebruikelijk. Tandhygiëne is bijzonder belangrijk: de Yorkshireterriër is erg gevoelig voor tandplakopbouw en voortijdig tandverlies, daarom zijn frequent tandenpoetsen en mondcontroles onmisbaar.

Zijn voeding moet van hoge kwaliteit zijn, aangepast aan zijn kleine formaat en snelle stofwisseling, met gecontroleerde porties om hypoglykemie —vooral bij pups— en overgewicht bij volwassen honden te voorkomen. Dagelijkse wandelingen van matige duur dekken zijn behoefte aan beweging. Ook moet aandacht worden besteed aan zijn gewrichten: het vermijden van springen van grote hoogtes en gladde oppervlakken helpt zijn knieschijven te beschermen, die in dit ras bijzonder kwetsbaar zijn.

Meest voorkomende ziekten

De meest voorkomende aandoening bij de Yorkshireterriër is de patellaluxatie, die wisselend mank lopen kan veroorzaken en in ernstige gevallen een operatie kan vereisen. Gewichtscontrole en het vermijden van plotselinge sprongen zijn de beste preventieve maatregelen. Ook kan tracheacollaps optreden, een aandoening van de luchtwegen die droge, aanhoudende hoest veroorzaakt, vooral bij het trekken aan de lijn, en die vrij kenmerkend is voor kleine rassen met een korte nek.

De hypoglykemie is een reëel risico bij pups en bij volwassen dieren met zeer laag lichaamsgewicht: men moet ervoor zorgen dat ze vaak genoeg eten en dat hun dieet in hun energiebehoefte voorziet. Tandproblemen zijn een ander continu aandachtspunt. Met regelmatige veterinaire controles, een kwaliteitsdieet, matige lichaamsbeweging en preventieve verzorging vanaf de puppytijd kan de Yorkshireterriër genieten van een lang en actief leven.